levitra bestellen kopen-kamagra nep kamagra propecia 6 weeks kamagra ervaringen vrouwen

De betere ‘Lauffenberger’ oliepomp

Het is ongelijk verdeeld in de wereld. Stel je hebt een Citroen A-type en je wilt een nieuwe oliepomp. Je tikt ‘oliepomp 2CV’ in Google en een paar klikken verder heb je voor 89,95 euro een gloednieuwe pomp gekocht bij de firma Burton. Voor 23.00 uur besteld, volgende ochtend in huis. Betaling met iDeal.

Dat gaat voor een Panhard iets anders. Intikken van ‘oliepomp Panhard’ in Google levert resultaat: je komt direct bij het fameuze setje van Alain Lauffenburger, via onze eigen Panhardclub natuurlijk. Dat wel 424 euro kost, per bankwissel te betalen, en waar je jaren op moet wachten als je pech hebt. Ik heb er natuurlijk direct een besteld. Ik had geluk, na een aantal maanden was ie er al.

Maar voor die 424 euro heb je dan ook wat, de pomp is eigenlijk te mooi om in dat vettige carter te verstoppen. Met dat beetje meer opbrengst (1,7 meer) dat niet echt nodig is maar wel dat geruststellende gevoel geeft. En dankzij het (rijwind gekoelde) oliefilter hoef je nooit meer de olie te verversen, nou ja, bijna nooit, pas na 7000 kilometer.

Gelukkig heeft Panhard er voor gezorgd dat de oliepomp goed bereikbaar is en vrij eenvoudig te vervangen, zelfs voor een Panhard-beginner als ik. Bij een Eend kost dat veel meer moeite: de hele motor moet dan uit elkaar. Vroeger, zeg maar rond 1980, draaide ik daar mijn hand niet voor om maar dat is lang geleden en voor een Panhardmotor heb ik -waarom eigenlijk? – meer ontzag. Om de summiere instructiehandleiding te kunnen begrijpen heb ik eerst mijn Frans weer flink moeten bijspijkeren maar nu hebben goupilles Mécanindus, clapets-ressorts en tôle en joints toriques voor mij geen geheimen meer. En dan kan het werk beginnen…

Eerst heb ik me het hoofd gebroken over de vraag hoe ik de hulpas kon fixeren. De afstelling steekt nauw en als de oliepomp eruit ligt kan de as gemakkelijk verdraaien. Er bestaat een prachtig Wilmonda-gereedschapje voor maar dat heb ik natuurlijk niet. De houder van een draadsnijsetje biedt uitkomst: handvat in de klem van het luchtfilter en de boutjes op de as van de verdeler vastzetten. En natuurlijk het vliegwiel fixeren in het BDP. In principe hoeft dan na de operatie zelfs de ontsteking niet opnieuw worden afgesteld. Lijkt me.

Het demonteren van de oude oliepomp valt erg mee. In dit geval waarschijnlijk extra gemakkelijk omdat de motor een jaar geleden helemaal uit elkaar geweest is. Zelfs de pakkingen komen onbeschadigd los. Wel is de werkruimte in de motor aan de krappe kant, vooral als je dit werk op je rug liggend moet doen.

Iets lastiger is het overzetten van het aandrijftandwiel van de oude naar de nieuwe pomp, zeker als je de ‘goupille Mécanindus’ niet kunt vinden in het zakje met tapeinden en moeren. Uiteindelijk blijkt de goupille er natuurlijk wel in te zitten. Ook flink zoeken is het naar de twee bladveertjes, diep in het motorblok verstopt, die de smering van de nokkenas regelen. Die clapets-ressorts en tôle kunnen er uit omdat de nieuwe pomp altijd voldoende druk geeft (zegt de handleiding).

Na het vervangen van de tapeinden door de nieuwe – langere – exemplaren kan de pomp worden gemonteerd. Alles valt direct op zijn plaats, zowel het aandrijfwiel op de nokkenas als de meenemer van de hulpas. Ik heb nu al voor zeker 424 euro plezier gehad, de aankoopprijs is al terugverdiend.

Ook de rest van de opbouw verloopt gladjes, tot en met de montage van het oliefilter op de kreukelzone, zoals Pierre Peters zou zeggen, en de hogedrukslangen (die met 20 bar royaal zijn bemeten) tussen pomp en filter.

En dan is het alleen nog een paar liter olie in het blok gieten, vergrendeling van vliegwiel en hulpas verwijderen, bokken onder de wagen weghalen en starten. En inderdaad, de motor slaat direct aan, het olielampje gaat uit, er lekt helemaal niets….

Wel precies een week te laat klaar voor de voorjaarsrit (2016). Jammer!

Siewert Pilon