La voiture du Bled

La voiture du Bled

 

La voiture du Bled

 

Dit artikel is een bewerking en uitbreiding van het artikel van Jaco de Boer, dat eerder in Koerier 211 verscheen.

George Irat, een bekende Franse auto ontwerper, zag kort na WO II, mede door het plan Pons dat nauwelijks ruimte gaf aan kleine autofabrikanten, geen perspectief meer in Frankrijk. Hij vestigde zich in Marokko (Casablanca) en richtte daar de ‘Société Chérifienne George Irat’ op. De bedoeling was een “all terrain” voertuig te produceren voor gebruik door het leger in de Franse Koloniën in Noord Afrika. Onder zijn leiding ontwierp Émile Petit een Jeep voor drie personen, waarin de chauffeur midden op de tussen de voorwielen geplaatste voorbank zat en de beide passagiers achterin.

Het autootje was gebouwd op een platform dat overal een bodemvrijheid van 30 cm garandeerde en werd op de achterwielen aangedreven door een 610 cc Dyna X motor. De wielen waren onafhankelijk geveerd en de transmissie bestond uit een versnellingsbak met drie overbrengingen vooruit en één achteruit, voorzien van hoge en lage gearing. Met een sperdifferentieel werd de terreinvaardigheid verder vervolmaakt. De prestaties waren er naar, want een helling van 40% vormde geen belemmering en beekjes tot 60 cm diepte konden worden overgestoken. Daarnaast verzekerde twee tanks van in totaal 70 liter een actieradius van 1500 km! Op de weg werd een snelheid van 80 km gehaald.

Deze VdB (Voiture du Bled) type A werd door het Franse leger goedgekeurd, maar ….. niet aangeschaft, de concurrentie met de Jeep die bij Hotchkiss in licentie werd gebouwd en waarvan de aandrijving moeiteloos van 2 x 2 naar 4 x 4 kon worden overgeschakeld, was te zwaar.

Georges Irat liet er echter niet bij zitten en ging door met de ontwikkeling van zijn VdB. In 1953 presenteerde hij in Parijs twee nieuwe typen, beiden met de inmiddels tot 754cc ‘gegroeide’ motor van de Dyna X. Type ‘B’ was een vooral qua uiterlijk opgewaardeerd type ‘A’, herkenbaar aan de V-vormig oplopende voorklep. Type ‘B’ was een echte innovatie, het was een amfibie, die varend met een hydrojet systeem werd voortgestuwd. Model ‘B’ is direct te herkennen aan de koplampen, die niet zijn ingebouwd maar die bovenop de kap.

Uiteindelijk zijn er er toch nog enkele honderden stuks geproduceerd en is er heden ten dage een club van die onder de naam “La voiture d’élite”, zich inzet voor het behoud van dit wagentje.

N.B. ‘Bled’ betekent ‘gat’, in de zin van heel klein dorp.

Hieronder een gallery met wat foto’s van het eigenlijk wel heel gekke terreinwagentje.

 

Panhard Automobielclub Nederland

D Rafale

D Rafale

De Rafale

Eén van de minder bekende derivaten is de Rafale, want deze auto is nooit op een beurs o.i.d. gepresenteert. Er is wel mee geracet, maar door de tegenvallende resultaten bleef ook daar publiciteit uit.
De auto’s, het aantal is niet bekend, werden in de periode 1952-1955 gebouwd door ‘Dijon Toerisme’. Het chassis was X86 en de motoriek X85 en later ook X86. Het gewicht van de auto was, mede door de aluminium carrosserie, erg laag en hierdoor kon met de S3 /750cc / 4CV motor een snelheid van 140 km/uur gehaald worden.

Cochonneau

Cochonneau

De PL17 Cochonneau

De meeste derivaten komen van de Dyna X, Mr. Cochonneau, een carrossier in Saint Symphorien (Indre et Loire) pakte het anders aan. Hij nam een PL17, gaf hem de neus van een DS19 en de kont van een Simca Océane en schiep zo een heel bijzondere auto. Hoeveel hij er produceerde is onbekend, maar zouden er nog steeds een stuk of tien (in Frankrijk) rondrijden.

D Rafale

Barboni

Barboni

 

‘Carrosserie Barboni’ was een bedrijf in Cannes, dat begin vijftiger jaren onder deze naam een klein aantal auto’s produceerde. Het waren klonen van de Panhard Dyna X, met een zelf ontworpen aluminium carrosserie. Hieronder een paar van die Barboni Berlinettes. Qua design lijken ze wat op de Vignale Abarth 205/A Berlinetta, die door Michelotti werd ontworpen. De motor was een opgevoerde Panhard 851 cc. In 1953 namen Raymont Stempert & Georges Schwartz met zo’n auto, onder nummer 51 deel aan de ’24 Heures du Mans’. Zij reden de race uit, maar eindigden 86(!) ronden achter de winnaar.